imageimageimageimageimageimageimage
imageimageimageimageimageimageimage

Full Circle Blog

De Full Circle vaart in 2017 over de Indische oceaan. Lees de avonturen van Paul & Monique en hun gasten.

DE INDIANEN VAN DE KUNA YALA

Doordat onze website enige tijd uit de lucht is geweest hou je nog enige blogs van ons tegoed. Deze is geschreven door onze gast Jim. Lees ook de hierna hieronder geplaatste blogs......

 

Na een behoorlijk winderige oversteek, door Monique zo plastisch beschreven in haar blog, van Aruba naar San Blas komen we enigszins bij die eilandengroep voor de kust van Panama aan. We varen om een rif heen en ankeren voor het onbewoonde eilandje Orduptarboat. Het is paradijselijk, maar zo klein, dat Robinson Crusoe er zelfs zonder Vrijdag niet zou hebben kunnen overleven. Maar wat een rust, je hoort alleen het geluid van de branding op het rif achter het eiland en wat vogelgeluiden. Paul en ik zwemmen er heen en lopen er in zo'n tien minuten over het witte strand om het eilandje heen Het steekt nauwelijks boven het water uit, is voornamelijk begroeid met palmbomen en het maakt deel uit van Kuna Yala, het land, of de berg, van de Kuna indianen. Kuna Yala is een provincie van Panama bestaande uit zo'n veertig eilandjes en een smalle kuststrook. De komende week zullen we bij verschillende van die eilanden ankeren.
Al snel komt er een kano met een man en een vrouw langszij, de eerste indianen die we tegenkomen. De vrouw biedt ons mola's te koop aan, Kuna-handwerk bestaande uit kunstig bewerkte, uit meer lagen samengestelde lappen stof. Mola's worden ook door de Kuna-vrouwen gebruikt om de eigen kleding op borst en rug te verfraaien. Ik vind de prijzen nogal fors maar besef nog niet hoeveel handwerk er in die mola's zit en ze zijn wel heel mooi. De man verstaat kennelijk een paar woorden Engels en Paul laat zijn beste Spaans horen. Na een klein beetje afdingen, de man vertaalt, koop ik er twee van de vrouw, die duidelijk de dienst en de prijs uitmaakt. Ik mocht van Carla alleen gaan zeilen als ik ook iets bijzonders mee terug zou brengen van deze verre reis. Een investering van 60 US dollars lijkt mij in dit verband wel redelijk. Later krijg ik toch een beetje spijt niet meer van dit soort producten gekocht te hebben wanneer ik mij realiseer dat dit een van de middelen van bestaan is van de Kuna's. Later koopt Paul van een andere indiaanse een overhemd waarop kunstig een leguaan, een kreeft en een vis zijn "gepatcht".
De kano's waarvan we er later nog veel meer zullen tegenkomen, zijn inderdaad gewoon uitgeholde boomstammen. Dwarsplankjes als banken en peddels voor de voortstuwing, maar ze worden ook wel gezeild. Een eenvoudige mast met zeiltje wordt dan in een gat in het bankje gestoken en het werkt ! De bemanning van zo'n gezeilde kano komt kokosnoten verzamelen op het eilandje en vaart er mee weg. Later hoor ik dat de Kuna's per jaar zo'n 15000 kokosnoten naar Colombia exporteren, maar dat de noten ook gebruikt worden als betaalmiddel en dan ongeveer 10 dollarcent waard zijn. De Kuna's zullen ons nog vaker bezoeken, we kopen brood, een soort dikke broodkoeken, vis, tomaten en limoentjes van hen. Twee red snappers en een tonijntje voor drie dollar en een blikje bier is voor beide partijen een prima deal. Paul maakt de vissen schoon en Monique maakt er een heerlijk maal mee, verser kan het gewoon niet.
Mannen, maar ook vrouwen met soms heel jonge kinderen aan boord peddelen met hun handel naar alle jachten die her en der bij de eilandjes voor anker liggen. De kreeften en inktvissen zijn vaak zo groot dat we er niet eens een passende pan voor hebben! Later kopen we voor 10 dollar wel een heel grote vis die ook nog voor ons wordt schoongemaakt en gefileerd.
De bemanning van een eigentijds model uitgeholde boomstam met afgeknotte achterkant waaraan een buitenboordmotor komt zelfs een jacht te hulp, dat vroeg in de avond op een ondiepte is gestrand bij Holandes cays. Het is vlak bij onze ankerplek en we zien dat zij samen met andere jachtbemanningen er uiteindelijk in slagen het jacht vlot te krijgen. Ik ben benieuwd of die Kuna's hier nog iets aan verdiend hebben, want dat het geen "welgesteld" volk is duidelijk.
Op de tijdelijk bewoonde eilandjes staan wat hutten, opgebouwd uit palen en palmbladeren, waar kennelijk maar enkele gezinnen verblijven. Op Dog Island mag je al betalen als je er aan land gaat, maar je kunt er prachtig snorkelen bij het wrak dat vlak voor het strand onder water ligt. Op het eiland "serveert"een Kuna-man kokosnoot met een rietje en een indiaanse brengt er mola's en andere huisvlijt aan de man . Het is er zo fraai dat backpackers en andere toeristen zich er per watertaxi naar toe laten brengen. De permanent bewoonde eilanden zijn soms tot de laatste vierkante meter volgebouwd met dezelfde soort hutten. Soms ook zijn ze simpelweg opgetrokken uit betonblokken met daken van golfplaat. De toiletten zijn een soort golfplaten latrines op steigertjes boven water aan de rand van het eiland, de zee spoelt alles wel door.

Wanneer we zo'n eiland bezoeken lijkt het winkeltje waar we wat boodschappen denken te doen, wat mager bevoorraad. Er zijn voornamelijk houdbare spullen te koop en zeker geen verse etenswaren. De biervoorraad is trouwens zorgvuldig achter slot en grendel opgeslagen in een van de weinige gebouwtjes met een deur, een accessoire dat bij alle andere bouwsels kennelijk niet noodzakelijk is. De verkoop van het bier is in handen van een jonge en een oudere, traditioneel kleurig geklede, vrouw. 's Nachts zien we verlichting op het eiland, dus er is wel elektriciteit, waarschijnlijk opgewekt door middel van generatoren.
Water komt via een pijpleiding van het vasteland naar de gevestigde gemeenschappen en u wordt verzocht bij het ankeren van uw jacht die pijpleiding vooral niet kapot te trekken! De mensen zijn soms vriendelijk, maar wel wat afstandelijk. Men lijkt contact uit de weg te gaan, maar de taal is natuurlijk ook een hindernis. Ze lachen je soms vriendelijk toe maar willen tegelijkertijd liever niet gefotografeerd worden en hoe druk men het heeft met de dagelijkse bezigheden van de "beroepsbevolking" blijft nogal vaag. Monique aait een baby over de blozende wangetjes en wordt beloond met een prachtige "smile", maar een foto van moeder en kind zit er niet in, ma maakt zich snel uit de voeten. Op een onverhard "pleintje" midden op zo'n bewoond eiland zijn zo'n twintig kinderen van verschillende leeftijd aan het spelen, voornamelijk aan het voetballen. Wanneer wij dat pleintje op lopen, zijn ze al snel allemaal verdwenen op een enkel jongetje na dat schuchter vanuit de schaduw aan de rand van de speelplaats naar ons blijft staan kijken. De bakker heeft verse broodjes en spreekt zowaar een beetje Engels, morgen is het zondag en dan is zijn winkeltje gesloten; wat zou er op zondag anders zijn dan op zaterdag, of maandag? Groente en fruit hebben we op dit eiland niet aangetroffen. En zouden de kinderen wel naar school gaan? Toch staan er op twee grote met palmbladeren gedekte huizen grote televisieantennes en ergens zien we zelfs een paar zonnepaneeltjes. Het verhaal gaat dat een familie wel in het bezit is van een GSM maar die niet kan opladen bij gebrek aan elektriciteit. Wanneer ze hem bij jou mogen opladen wordt dat beloond met, jawel, een kokosnoot! We lopen over de smalle onverharde paadjes tussen de hutten/huizen waar een vrouwtje buiten aan mola's zit te werken. Een breed-getatoueerde man zit wat verderop kleurige armbanden en beenversieringen te knopen en het voelt een beetje vreemd, opdringerig zelfs, om hier openlijk te lopen fotograferen, een heel aparte ervaring in een verbazingwekkende omgeving.
El Porvenir is de hoofdstad van Kuna Yala Het is een eiland(je) waarop een airstrip is voor de dagelijkse vliegverbinding met het vasteland van Panama, en een overheidsgebouw zonder buitendeuren maar met fraai geschilderde emblemen. Hier wordt elke ochtend om 08.00 uur de vlag officieel gehesen wordt door een soldaat die verder ogenschijnlijk weinig te doen heeft.
Verder zien we er een onbemand Kuna-museum, een hotelletje, een soort cantina en twee steigers waar de bevoorrading plaatsvindt en bezoekers aan land komen. Een heel klein oud vrouwtje verricht de formaliteiten als je met het vliegtuigje wilt vertrekken, ze noteert heel zorgvuldig je paspoortgegevens, jouw gewicht en dat van je bagage en ze spreekt natuurlijk alleen maar Spaans! Zouden andere "hoofdstedelijke" activiteiten wellicht achter de schermen plaats vinden. Hier betaal je ook voor je verblijf in Kuna Yala, 20 dollar voor een boot als de Full Circle plus 5 dollar per opvarende. Een cruising permit voor het varen in de archipel San Blas kost 200 dollar en voor het inklaren op El Porvenir rekent de immigration-officer 100 dollar per persoon, dat is behoorlijk schrikken maar het kan in de havenstad Colon wel een ander bedrag zijn, kennelijk zijn die tarieven en/of de regels Panamees-flexibel. Omdat ik de volgende dag al vertrek, krijg ik op vertoon van mijn ticket het stempeltje in mijn paspoort, gratis maar het kost wel een hoop tijd en ergernis en mag ik wel even mijn ticket terug, "por favor". Ik ben kennelijk een apart geval waarover de ambtenaar telefonisch overleg moet plegen met een superieur.

Of de bedragen overigens echt ten goede komen aan de Kuna's lijkt me niet heel waarschijnlijk als ik de volgende dag nog eens vanuit het vliegtuigje foto's maak van zo'n volgebouwd Kuna-eiland en daarna vanuit de lucht en vanuit de taxi de ultramoderne skyline van Panama City aanschouw. Ik heb nog nooit zoveel bankgebouwen bij elkaar gezien, de welvaart is overduidelijk niet gelijkelijk verdeeld want de tegenstellingen zijn enorm. Ik had inderdaad wel een paar mola's meer mogen kopen, bij wijze van ontwikkelingshulp ?
Twee weken op de Full Circle met Paul en Monique is al is al een rijke ervaring maar de bijzondere kennismaking met de indianen van Kuna Yala heeft ook zeker indruk op mij gemaakt.

Jim van Hunnik

 

 

Al schuttend naar ons nieuwe hoofdstuk
Mmmmmoooie ppparels fffijne pppparels

Reacties

 
Nog geen reacties
Reeds Geregistreerd? Hier Aanmelden
Gast
dinsdag 14 augustus 2018

Captcha afbeelding